Ga naar pagina inhoud

Vertrouwen staat centraal in Participatiewet in Balans

Vanaf 1 januari 2026 gaat spoor 1 van de Participatiewet in balans in. Deze wetswijziging is bedoeld om een aantal ‘harde’ zaken in de huidige wet weg te nemen en meer ruimte te bieden voor maatwerk, naar aanleiding van signalen van inwoners en uit de uitvoeringspraktijk. Gemeenten krijgen meer handelingsvrijheid om uitkeringsgerechtigden passend te ondersteunen. De focus verschuift van standaardprocedures naar maatwerk en betere samenwerking tussen inwoners en overheid. In plaats van controle en bewijslast staat handelen op basis van vertrouwen en goede intenties centraal.

Impact en implementatie

De impact is niet voor alle maatregelen even groot: een aantal van de wetwijzigingen zijn al onderdeel van onze gebruikelijke werkwijze bij De Dienst. De wetswijziging omvat 23 maatregelen, die in fases ingevoerd worden. De eerste maatregelen zijn vanaf 1 januari 2026 van kracht. We lichten een aantal van de wijzigingen per 1 januari toe:

Maatregelen voor versoepeling van de aanvraag
  • Maatwerk in de 4-weken-zoektermijn voor jongeren: Gemeenten mogen straks afzien van de verplichte zoektermijn voor jongeren jonger dan 27 die een uitkering aanvragen. Bijvoorbeeld bij een jeugdzorgverleden of medische beperkingen. In de praktijk doen we dit bij De Dienst al jaren.  Bijvoorbeeld bij jongeren die van het Pro/Vso komen, in het doelgroepregister staan of statushouder zijn.
  • Verruiming van de Identificatieplicht: Naast een paspoort en ID-kaart zijn straks ook een rijbewijs en DigiD toegestaan als geldige legitimatie. Al onze aanvraagformulieren zijn al met DigiD beschikbaar voor onze inwoners. De mogelijkheid om inwoners nu ook te kunnen identificeren met een rijbewijs, wordt de drempel voor het aanvragen van financiële regelingen weer een stukje verlaagd.
  • Vereenvoudigde aanvraagprocedure: Wanneer inwoners binnen 12 maanden na uitstroom opnieuw een aanvraag voor een bijstandsuitkering doen, biedt de aangepaste wet straks ruimte voor een verkorte aanvraagprocedure, omdat we gebruik kunnen maken van gegevens die we uit de voorgaande bijstandsperiode hebben. Sinds ruim twee jaar hanteren we bij De Dienst al een termijn van 6 maanden. In 2026 kijken we of en hoe we deze termijn uitbreiden naar 12 maanden.
Maatregelen rond vaststellen recht op bijstand
  • Giftenvrijlating: Giften en kostenbesparingen tot €1.200 per huishouden per jaar hebben geen gevolgen voor de hoogte van de uitkering. Ook geldt er straks bij wet geen meldingsplicht meer voor giften onder dit bedrag. In het huidige gemeentelijk beleid is al een vrijlating van € 1.200,- in verband met giften opgenomen.
  • Harmonisatie jongerennorm: De bijstandsnorm voor jongeren onder de 21 jaar ligt nu een stuk lager dan de norm vanaf 21 jaar. Gemeenten mogen straks de norm voor jongeren tot 21 jaar aanvullen als ouders niet kunnen bijdragen. De Dienst vulde in veel gevallen dit bedrag al aan wanneer iemand noodzakelijkerwijs niet meer bij zijn/haar ouders kan wonen, net als andere gemeenten. Dat de norm nu bij wet hoger is vastgesteld voorkomt willekeur en zorgt voor meer financiële gelijkheid voor jongeren.
  • Terugwerkende kracht: Bijstand kan tot 3 maanden met terugwerkende kracht worden toegekend bij bijzondere, individuele omstandigheden. Dit werd al eerder in hele specifieke omstandigheden toegepast. Maar de wetswijziging geeft een verruiming van deze mogelijkheid. In samenspraak met beleidsadviseurs van de gemeenten stellen we richtlijnen op in welke situaties we deze bevoegdheid kunnen inzetten, zodat deze mogelijkheid in de uitvoering uniform wordt toegepast.
  • Vermogenstoets: Tot nu toe was de hoogte van het vermogen op het moment van de bijstandsaanvraag leidend bij het beoordelen van het recht op regelingen en vergoedingen later in de bijstandsperiode. Maar voortaan toetsen gemeenten op het actuele vermogen in plaats van het vermogen bij aanvang van de uitkering. Deze wetswijziging geeft een meer realistisch beeld van de financiële situatie van de inwoner. De uitvoering heeft hierdoor meer basis voor een goed gesprek met de inwoner. Komt iemand rond, zijn er (beginnende) schulden, heeft iemand hulp nodig bij de financiële administratie? Dit is belangrijk in verband met het signaleren van beginnende schulden. Daar waar nodig verwijzen we door naar budgetbeheer of schuldhulpverlening.
Implementatie

De voorbereidingen voor de implementatie per 1-1-2026 zijn in volle gang. Afhankelijk van de wijziging vraagt dit aanpassing van beleid, verordeningen, werkinstructies en/of ICT-systemen.

In het nieuwe jaar volgen de andere wijzigingen. Ook deze hebben impact op verschillende disciplines binnen de Dienst en de gemeenten. Hier houden we u het komende jaar van op de hoogte.

In onderstaand schema zijn alle wijzigingen per onderdeel en ingedeeld per fase terug te vinden.