Ga naar pagina inhoud

Wat je moet doen als je een uitkering ontvangt

Bij een bijstandsuitkering horen rechten en plichten. Je hebt recht op een maandelijks inkomen, dat is je uitkering. In ruil daarvoor moet je je aan een aantal regels houden. Dat zijn je plichten. Er zijn drie belangrijke verplichtingen. Die gelden vanaf de datum waarop je de uitkering aanvraagt. Ze gelden dus al voordat je je uitkering op je bankrekening hebt!

1. Geef wijzigingen op tijd door (de inlichtingenplicht)

Verandert er iets in jouw situatie? Bijvoorbeeld je inkomen of je woonsituatie? Dan moet je die verandering altijd doorgeven aan De Dienst. De hoogte van jouw uitkering hangt immers af van jouw persoonlijke situatie. Geef wijzigingen in jouw situatie daarom binnen vijf dagen door. Zo voorkom je dat je te veel of te weinig uitkering ontvangt. Ontvang je te veel uitkering? Dan moet je dat altijd terugbetalen.

2. Werk mee aan wat we van je vragen (de medewerkingsplicht)

We kunnen jou vragen om extra informatie over jouw situatie. Bijvoorbeeld om te controleren of je nog steeds recht hebt op een uitkering. Of om te bepalen of de hoogte van jouw uitkering nog klopt. Daar moet je aan meewerken: dat is een van de verplichtingen die hoort bij een bijstandsuitkering.

3. Doe je best om weer aan het werk te gaan (de arbeidsverplichting)

Ontvang je een bijstandsuitkering? Doe dan je best om (weer) aan het werk te gaan of een opleiding te volgen. Of om op een andere manier mee te doen in de maatschappij. Je spreekt met jouw contactpersoon bij Pastiel of De Dienst af wat jij kunt doen.

Veel gestelde vragen van mensen met een bijstandsuitkering

Wanneer wordt mijn uitkering overgemaakt?

We zorgen ervoor dat je uitkering iedere maand op de laatste werkdag van de maand op je rekening staat. Op de pagina over betaaldatums van uitkeringen lees je hier meer over.

Ik heb geld of iets anders van waarde gekregen. Moet ik dat melden?

Krijg je een bijstandsuitkering en krijg je geld (giften)? Dan kan dat gevolgen hebben voor jouw uitkering. Op deze pagina lees je wat het verschil is tussen giften, inkomsten en vermogen, en wanneer je iets door moet geven aan De Dienst.

Kan ik op vakantie met een uitkering?

Ja, dat kan. Geef het wel aan ons door als je op vakantie gaat, of dat nu in Nederland is of naar het buitenland.

Hou hier rekening mee als je vakantie hebt:

  • Geef minimaal 2 weken van tevoren door dat je vakantie hebt en voor hoe lang. Dat kan met ons wijzigingsformulier of rechtstreeks aan je contactpersoon. 
  • Heb je een contactpersoon bij Pastiel? Vertel die dan ook dat je vakantie hebt. 
  • Ga je naar het buitenland? Je mag maximaal 4 weken per jaar in het buitenland zijn en niet meer dan 4 weken achter elkaar. Ben je langer weg, dan kan je uitkering stoppen of lager worden. Kijk ook bij het antwoord op de vraag ‘Kan ik naar het buitenland als ik een uitkering heb?’. 

Je vakantie doorgeven met het wijzigingsformulier

Kan ik naar het buitenland als ik een uitkering heb?

Ja, je kunt elk kalenderjaar 4 weken naar het buitenland. Voor vakantie of om een andere reden. Wel is het belangrijk dat je het aan ons doorgeeft met het wijzigingsformulier of bij je contactpersoon.

Een kalenderjaar duurt van 1 januari tot en met 31 december. Maar let op: je mag maximaal 4 weken achter elkaar in het buitenland zijn. Het is niet de bedoeling dat je in december weggaat en tot en met januari van het volgend kalender jaar in het buitenland blijft.

Ga je naar het buitenland? Houd hier dan rekening mee:

  • Geef 2 weken vóór je vertrek aan ons door dat je naar het buitenland gaat
  • Geef ook aan hoelang je verblijf in het buitenland duurt en wanneer je terugkomt
  • Heb je een contactpersoon bij Pastiel? Vertel die dan ook dat je naar het buitenland gaat
  • Ben je langer dan 4 weken in het buitenland? Dan kunnen wij je uitkering verlagen of stoppen  

Aangeven dat je naar het buitenland gaat met het wijzigingsformulier

    Kan er beslag gelegd worden op mijn uitkering?

    Als je een rekening niet op tijd betaalt, kan een schuldeiser via een deurwaarder beslag leggen op je uitkering. Zo wordt je schuld (gedeeltelijk) afbetaald.

    De beslagvrije voet: het bedrag dat je zelf mag houden

    Je hebt geld nodig om je vaste lasten te betalen. Er mag daarom nooit beslag gelegd worden op de hele uitkering. Je mag een deel van je uitkering houden. Het gedeelte dat je zelf mag houden heet de beslagvrije voet. Op www.uwbeslagvrijevoet.nl kun je berekenen hoe hoog de beslagvrije voet is in jouw situatie.

    Meerdere beslagen

    Liggen er meerdere beslagen op je uitkering? Dan heb je voor alle beslagen één centraal aanspreekpunt: de coördinerend deurwaarder. Dit is de deurwaarder die als eerste beslag heeft gelegd. Heb je vragen over je beslagen, dan kun je contact opnemen met deze deurwaarder.

    Heb je vragen over beslag op je uitkering?

    Heeft de Dienst beslag gelegd op je uitkering en heb je vragen? Neem dan contact met ons op en vraag naar de debiteurenadministratie.

    Wanneer stopt een uitkering?

    We stoppen je uitkering:

    • als je verhuist naar een andere gemeente buiten Noordwest-Friesland. Als het nodig is kun je in je nieuwe gemeente weer een uitkering aanvragen 
    • als je andere inkomsten hebt die even hoog of hoger zijn dan jouw bijstandsuitkering. Bijvoorbeeld doordat je (meer) gaat werken of doordat je gezinssituatie verandert. 
    • als je je niet houdt aan de afspraken en verplichtingen die horen bij een uitkering. 

    Het is belangrijk om veranderingen in je inkomen of persoonlijke situatie binnen vijf werkdagen aan ons door te geven. We kunnen je uitkering dan op tijd stopzetten. Als je te veel bijstand gekregen hebt, moet je dat altijd terugbetalen.

    Wijziging doorgeven met het wijzigingsformulier

    Moet ik mijn huis verkopen als ik een bijstandsuitkering heb?

    Je kunt bijstand aanvragen als je een eigen woning (huis of woonboot) hebt. Je hoeft je woning niet te verkopen. Een belangrijke voorwaarde is wel dat je zelf in de woning woont. Als je de woning verhuurt, kun je geen bijstand aanvragen.

    Misschien kom je in aanmerking voor een krediethypotheek. Dat werkt zo:

    Met behulp van een taxateur berekenen we de overwaarde in je woning (het verschil tussen de waarde van je woning en de nog af te lossen hypotheek). Op basis van die overwaarde en een vrij te laten bedrag kun je via een notaris een krediethypotheek afsluiten. Hieruit betaalt De Dienst je uitkering. Je krijgt je uitkering dus in de vorm van een geldlening. Met andere woorden: je betaalt je eigen uitkering van de rest-overwaarde van je woning. Zo hoef je je huis niet te verkopen.

    Voor het aflossen van de krediethypotheek gelden de volgende regels:

    • Twee jaar na het beëindigen van je bijstandsuitkering start je met aflossen
    • De hoogte van de aflossing is afhankelijk van je inkomen
    • De eerste 10 jaar is rentevrij, pas vanaf het 11e jaar wordt rente berekend

    Je kunt tijdens het gesprek over je uitkeringsaanvraag bespreken of je in aanmerking komt voor een krediethypotheek. Wil je nu al meer weten, dan kun je contact met ons opnemen.

    Deze regels staan in de Participatiewet

    Houd je je niet aan deze regels? Dan kan dat gevolgen hebben voor je uitkering. We kunnen je uitkering verlagen, of (tijdelijk) stopzetten. Deze regels staan in de Participatiewet (artikel 9, 17 en 18.)

    Stel je vraag bij De Dienst

    Mail ons op contact@dedienst.nl
    Of neem op een andere manier contact met ons op.

    Ben je al bekend met De Dienst

    Dan kan je ook altijd contact opnemen met je casemanager