Ga naar pagina inhoud

De Participatiewet in balans

Flexibeler, redelijker en menselijker

De Participatiewet in balans bestaat uit maatregelen die de Participatiewet redelijker, flexibeler en menselijker maken. Sinds 2015 regelt de Participatiewet onder meer ondersteuning naar werk en bijstands- en minimaregelingen. Inwoners, gemeenten en sociale diensten ervaren de huidige wet vaak als streng en te weinig mensgericht. Strikte terugvorderingen, de verplichte vierwekenzoektermijn voor jongeren en beperkte ruimte voor maatwerk zorgen al jaren voor frustratie en wantrouwen – bij inwoners én professionals.

Minder controle, meer vertrouwen in de Participatiewet

De nieuwe maatregelen worden in 2026 en 2027 stap voor stap doorgevoerd. Het zijn deels ’technische maatregelen’, zoals het vereenvoudigen van aanvraagprocedures, meer mogelijkheden voor het toekennen van uitkeringen met terugwerkende kracht en om regels rondom vermogen naast je uitkering.  
 
Maar het gaat ook over mensgerichte maatregelen, zoals meer ruimte geven aan maatwerk, minder controle en bewijslast, en vooral meer handelen op basis van vertrouwen en goede intenties. 

Werken vanuit vertrouwen

Dat betekent voor gemeenten en sociale diensten een belangrijke verschuiving in hoe we met inwoners omgaan. Minder controle, meer vertrouwen. Minder standaardregels, meer maatwerk. Maar hoe doen we dat concreet in ons dagelijkse werk? 
 
Want ‘vertrouwen als uitgangspunt’ klinkt mooi, maar het vraagt best wat van professionals. Het betekent bijvoorbeeld: 

  • Je gaat uit van de waarheid van het verhaal van de inwoner, tenzij er echt signalen zijn dat het anders is.  
  • Je vraagt zo min mogelijk bewijsstukken op 
  • Je denkt mee over wat wél kan 
  • Je beoordeelt situaties niet zwart-wit, maar in context 

Een mooie en belangrijke beweging. Het geeft ons meer ruimte in onze dienstverlening. Maar hoe voorkom je bijvoorbeeld willekeur in de dienstverlening aan inwoners? En durf beslissingen te nemen zonder het houvast van de kaders en richtlijnen uit de ‘oude’ Participatiewet? De verandering van controleren naar samenwerken vraagt om een cultuurverandering. 

De menselijke maat in de uitvoering

In de presentatie komen mooie voorbeelden voorbij: een jongere die door mentale problemen niet binnen vier weken werk kan vinden, of een mantelzorger die overbelast is. In de oude wet zou dat meteen leiden tot sancties. In de nieuwe werkwijze kijken we eerst naar wat iemand nodig heeft. In bovenstaande voorbeelden kan er besloten worden om eerst aan de mentale gezondheid van een jongere te werken voordat er naar werk gezocht gaat worden. En een mantelzorger ontlasten door de uren die ingezet worden met zorg als participatie uren op te nemen.  

We hebben ruimte nodig:

De verandering gaat niet om “regels loslaten”, maar om “regels toepassen met verstand”. Wat vraagt dit van ons als professionals? Wij hanteren daarvoor de volgende uitgangspunten:   

1. Ruimte nemen 
Durven afwijken als dat beter is voor de inwoner. Je professionele oordeel gebruiken. En: niet bang zijn om fouten te maken.  
 
2. Ruimte hebben 
Beleidsregels worden aangepast, werkinstructies versoepeld en de organisatie ondersteunt ons om vanuit vertrouwen te werken. Trainingen, kennisontwikkeling en intervisie maken onderdeel uit van deze transitie. 
 
3. Ruimte geven 
Aan inwoners. Door hen serieus te nemen, door open in gesprek te gaan en door samen te werken in plaats van te beoordelen.  

Samen verder bouwen

De Participatiewet in balans is geen papieren verandering, maar een manier van werken. En die vormgeven doen we samen: Dienst, gebiedsteams, sociale dienst, beleidscollega’s én inwoners. Door ervaringen te delen, casussen te bespreken, elkaar scherp te houden en elkaar te steunen. 

Denk mee

Heb je hier vragen, ideeën of suggesties over? We horen ze graag. Neem contact met ons.

Vermogen naast een uitkering

Jan (43) is alleenstaand. Bij de start van zijn uitkering had hij een vermogen van € 3.500 (spaargeld). Als alleenstaande mocht hij op dat moment € 7.700 vermogen hebben, zonder dat dat invloed had op zijn uitkering (2025).

Jan wint € 10.000 in een loterij. Volgens de oude regels van de Participatiewet moesten we dit bedrag optellen bij het vermogen dat Jan had bij de start van zijn uitkering. Het vermogen van Jan is nu hoger dan zijn vermogensgrens, en daardoor heeft hij geen recht meer op een uitkering: hij moet eerst zijn vermogen gebruiken om van te leven.

De oude Participatiewet keek dus niet naar wat er nog over is van dat vermogen dat hij had bij de start van de uitkering. Als het al op was, of als hij inmiddels zelfs schulden had, telde dat niet mee. Dat systeem is moeilijk uit te leggen aan mensen met een bijstandsuitkering.

Een van de maatregelen van de Participatiewet in balans is dat we kijken naar het actuele vermoge

Vermogensgrens van alleenstaande = € 8.000 (2026)
Jans actuele vermogen = – € 6.000 (schuld)
Vermogenstoename (de prijs loterij) = + € 10.000
Jans totale vermogen = + € 4.000

Het winnen van de prijs heeft nu dus geen invloed op de hoogte van de uitkering, omdat Jans vermogen onder zijn vermogensnorm blijft.

Mantelzorg en de kostendelersnorm

De broers Jan en Cas wonen op één adres. Jan ontvangt een bijstandsuitkering, ter hoogte van de kostendelersnorm voor 2 personen. Cas werkt en verdient meer dan de bijstandsnorm. Jan krijgt een ernstig ongeluk, waardoor hij tijdelijk intensieve zorg nodig heeft. Een derde broer, Ed, komt tijdelijk bij ze inwonen om voor Jan te zorgen. In de oude situatie zou de uitkering van Jan verlaagd worden – naar de kostendelersnorm voor 3 personen. Daardoor kreeg de kostendelersnorm de bijnaam ‘mantelzorgboete’. In de nieuwe situatie blijft de uitkering van Jan gelijk. Ed heeft immers nog een eigen woning en eigen kosten. Er is daarom geen sprake van ‘kosten delen’.