Ga naar pagina inhoud

Bijstand en gokken – mag dat?

De afgelopen jaren zien we dat er fors meer (online) gegokt wordt door inwoners met een bijstandsuitkering. Dat zien we bijvoorbeeld in de bankafschriften en wallet-overzichten op gokwebsites, die we opvragen bij de uitkeringsaanvragen of bij handhavingsonderzoeken. De vraag is: hoe gaan we om met het geld dat hiermee gemoeid is? En hoe helpen we inwoners om te voorkomen dat hun gokgedrag tot problemen leidt?

Verschillende rechters hebben zich de afgelopen jaren over die vraag gebogen. Hun uitspraken waren tot nu toe niet allemaal in lijn met elkaar. Dat maakte het ingewikkeld om consequenties te verbinden aan gokgedrag in de bijstand, en leidde ook tot bezwaren en vragen bij onze klachtencoördinator.

Verwervingskosten

De verschillen in de gerechtelijke uitspraken draaiden vooral om het begrip verwervingskosten. Dit zijn kosten die je maakt met als doel om inkomsten te verwerven. Zo zijn kosten voor woon-werkverkeer of voor beschermende kleding voorbeelden van verwervingskosten, je maakt ze immers om inkomsten uit werk te verwerven. Gokken is in principe ook een manier om inkomsten te verwerven. De vraag is dan: is de inleg een vorm van verwervingskosten?

Jurisprudentie

Een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep geeft gemeenten meer houvast: inleg is géén vorm van verwervingskosten. Met andere woorden: tel alle ‘plusjes’ in de wallets bij elkaar op, en verreken die met de uitkering. Laat de ‘minnetjes’ buiten beschouwing. Deze redenering is vergelijkbaar met deze: als iemand € 10.000 wint met een Staatslot, kijken we ook niet naar die kosten voor de loten die de inwoner de afgelopen jaren gekocht heeft.

Consequenties

In onze dagelijkse praktijk gaan we daar als volgt mee om:

  • Verrekenen en ontmoedigen – we tellen alle opbrengsten bij elkaar op en trekken het totaal af van de bijstandsuitkering. Vaak gaat het om veel kleine bedragen: een paar dubbeltjes hier, een euro daar. De totale opbrengst is zelden hoger dan de inleg en gokken is daardoor bijna nooit winstgevend. Daarom voelt het voor mensen vaak onrechtvaardig dat we alleen naar de opbrengsten kijken en niet naar de inleg en verliezen. Maar dit is in lijn met vaste rechtspraak en we zien dit bovendien als effectief ontmoedigingsbeleid. In principe zijn inwoners vrij om zelf te bepalen waaraan ze hun bijstandsuitkering spenderen – het is niet aan ons om daar een oordeel over te hebben. Het gaat ons om de opbrengsten. Wanneer we dit ter sprake brengen, zeggen veel mensen dat ze stoppen met gokken. We monitoren dan een aantal maanden of ze dat ook daadwerkelijk doen.
  • Hulpverlening – Wanneer we vermoeden dat het om problematisch gedrag of zelfs een gokverslaving gaat, of wanneer we gokschulden constateren, verwijzen we de inwoner door naar de vroegsignaleerders van de gebiedsteams/gemeenten of naar de huisarts. Zij kunnen met de inwoner passende hulpverlening zoeken. 
  • Participatie en re-integratie De consulenten Inkomen kijken samen met de casemanager Werk & Participatie naar mogelijke ondersteuning bij het verminderen van gokgedrag. Deze ondersteuning is in aanvulling op het lopende participatietraject en passend bij de persoonlijke situatie van de inwoner.
  • Ondersteuning op maat We kijken altijd naar wat de specifieke situatie vraagt en leveren maatwerk waar dan kan en moet. Zo hebben wij een tijdje de vaste lasten voor een inwoner betaalt vanuit diens uitkering, in de periode dat er een aanvraag voor bewindvoering liep. Zo hielpen we de inwoner om verdere gokschulden te voorkomen.
Een nieuwe situatie

We hebben geen compleet beeld van gokgedrag binnen ons klantenbestand, want we kijken alleen naar bankafschriften als daar een concrete aanleiding voor is. Maar het is duidelijk dat gokgedrag sinds de legalisering van online gokken schrikbarend gestegen en zichtbaar geworden is. We volgen nauwkeurig hoe dit zich ontwikkelt, of de recente jurisprudentie voldoende houvast geeft en wat we hier in samenspraak met beleidsmakers van de gemeenten en ketenpartners in kunnen doen.