Een bezwaarprocedure, hoe verloopt deze ook alweer?
Wmo en Jeugdwet
Als een inwoner het niet eens is met een besluit over een indicatie, kan hij of zij een formeel bezwaar indienen. De bezwaren op besluiten rond de Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn de afgelopen periode een tijdje behandeld door de colleges van de gemeenten, maar nu komen ze (weer) binnen bij De Dienst. Hoe verloopt de route dan? Wat betekent dat voor jou, en wie neemt een beslissing over het bezwaar?

1. Ontvangst van het bezwaar
Alle bezwaarschriften naar aanleiding van besluiten op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet (maar ook onder andere die van de Participatiewet) komen terecht bij onze afdeling Bezwaar en Beroep. Deze afdeling registreert het bezwaarschrift en de indiener van het bezwaarschrift krijgt binnen drie werkdagen een ontvangstbevestiging toegezonden.
2. De gronden voor het bezwaar
Het kan voorkomen dat namens een belanghebbende bezwaar wordt gemaakt en dat de gronden van het bezwaar (dat zijn de redenen van waarom men zich niet kan verenigen met het genomen besluit), pas worden ingediend na ontvangst van de onderliggende verslagen/documenten. Aan de medewerkers van het gebiedsteam wordt dan gevraagd om zo spoedig mogelijk de stukken (waaronder bijvoorbeeld het onderzoekverslag) aan te leveren. Belangrijk hierbij is: wat niet wordt aangeleverd wordt niet meegewogen in de bezwaarprocedure.
3. Reactie van het Gebiedsteam
Zodra de gronden van bezwaar bekend zijn, wordt het gebiedsteam gevraagd om een reactie op bezwaar te geven. Van belang is dan om de hoofdzaken van de bijzaken te scheiden en te reageren op de cruciale punten van het bezwaar. Als het onderzoekverslag gemaakt wordt zoals in de Wmo 2015 en Jeugdwet staat aangeven, kan onder verwijzing hiernaar een aanvullende toelichting worden gegeven. Is dat niet het geval? Dan zal uitvoeriger gerapporteerd moeten worden in de reactie op bezwaar, om op die manier het onderzoeksverslag te herstellen of aan te vullen. Lukt dat niet, dan zal er zo mogelijk een nieuw onderzoek moeten plaatsvinden.
4. De hoorzitting
De hoorzitting kan plaatsvinden als alle noodzakelijke stukken (met daarin alle feiten en omstandigheden) op tafel liggen. Om tot een advies te kunnen komen is het daarom van belang dat het onderzoeksverslag zorgvuldig en volledig is. Beide partijen kunnen hiervan kennis nemen. Dit vindt twee weken voor de hoorzitting plaats.
Tijdens de hoorzitting gaat het meer om het geven van een toelichting op de stukken en zo nodig wordt er gereageerd op hetgeen (namens) de bezwaarmaker of namens de bezwaarmaker wordt gezegd. De nadruk ligt dan meer op uitleg en het geven van een toelichting. Het is dus niet de bedoeling dat tijdens de hoorzitting allerlei nieuwe feiten en omstandigheden bekend worden gemaakt. De hoorzitting betreft alleen het toelichten van het genomen besluiten, verduidelijken van daarin gehanteerde standpunten en beantwoorden van vragen van de commissie bezwaar. Na de hoorzitting sluit de voorzitter het onderzoek.
5. Advies van de commissie
De commissie zal na beraad een advies geven aan het bestuur van de Dienst Noardwest Fryslân, dat bestaat uit wethouders van Harlingen, Terschelling, Vlieland en Waadhoeke. De betrokken medewerker en de teamleider van het gebiedsteam worden van het advies op de hoogte gebracht. Er kan een contrair advies worden afgeven. Hierin zal met redenen omkleed gemotiveerd moeten worden waarom het advies niet gevolgd kan worden.
Indien de situatie hier om vraagt kan het voorkomen dat de commissie geen advies geeft en het bezwaar tot nader order aanhoudt. Het gebiedsteam kan dan gevraagd worden nader onderzoek te doen.
6. Besluit van het bestuur
Het bestuur neemt vervolgens een besluit op het bezwaarschrift en draagt zorg voor verzending en verdere afhandeling (bijv. bij de Wmo-administratie). De teamleider en de medewerker gebiedsteam worden van het besluit op bezwaar op de hoogte gebracht indien dit afwijkt van het advies van de commissie.
Meer weten?
Heb je vragen over deze procedure? Dan kun je contact opnemen met Frans Visser, Medewerker Bezwaar en Beroep bij De Dienst.