Ga naar pagina inhoud

‘Mensen komen hier met hun talenten. Laten we die benutten’

Begeleiding bij inburgering

Bart van der Wal is Regiehouder Inburgering bij De Dienst. Hij begeleidt statushouders bij hun inburgeringtraject en ziet direct de impact van de kabinetsplannen op de inburgering en kansen van statushouders. En daar heeft hij een mening over. Vijf heikele punten uit de migratiediscussie.

1. Standaardprocedures

‘Ik begeleidde bij een andere gemeente een universitair geschoolde man, die hier stuk liep op een mbo1-opleiding. Mijn collega wilde hem daarom op zijn uitkering korten. Ik ging met hem in gesprek over wat hij wel graag zou willen. ‘Iets met ICT’, zei hij. Ik heb hem zelf iets laten zoeken, en binnen een half jaar had hij een baan als programmeur, op een niveau dat bij hem paste. Ik vind het belangrijk dat mensen de kans krijgen om hun talenten te gebruiken. De meeste inburgeraars hebben een realistisch beroepsbeeld: ze willen bijvoorbeeld met hun handen werken, als technicus of bouwvakker. En dat is haalbaar, want het is werk dat veel Nederlandse mensen niet meer willen of kunnen, of waar een tekort is, zoals de zorg en de kinderopvang.’

‘Ga hoogopgeleiden niet verplichten om te gaan schoonmaken. Inburgering is geen confectieaanpak. Creëer een stimulerende omgeving. Dat vraagt wel eens wat meer investering, maar het levert ook meer op. Iemand met een goede baan betaalt ook meer belasting.’

2. Gezinshereniging

‘De wetenschap dat je familie niet veilig is levert veel stress op en belemmert de inburgering enorm. Stel je voor dat je vrouw en kinderen een vluchtelingenkamp of op een smokkelaarsroute zitten. Denk aan alles wat ze daar kan overkomen. Ik was eens met een man naar een mogelijke werkplek geweest. Hij was enthousiast, maar we stapten zijn huis zonder familie in en ik zág het gebeuren: hij zakte weer helemaal in zijn ellende. Laatst begeleidde ik een hoogopgeleide man, wiens vrouw en kind naar Nederland mochten komen. Hij zei: ‘het voelt alsof ik opnieuw geboren word’. Dat hij het zo formuleerde zegt veel over de stress die zo’n situatie geeft. Dat is echt verschrikkelijk. Wat een enorme opluchting als ze hier uiteindelijk zijn.’

Bart is onze Regiehouder Inburgering

Inburgeraars

‘Inburgeraars zijn mensen die van buiten de EU naar Nederland komen en een verblijfsstatus hebben. Bijvoorbeeld asielzoekers, partners van Nederlanders of gezinsmigranten. Die diversiteit van mensen is het mooiste aan mijn werk. Ze komen uit de hele wereld: Vietnam, Brazilië, Syrië, Canada, Gambia, China, Congo, Somalië, van alle continenten. En ook het niveauverschil is groot: van lichtverstandelijk beperkt tot professoren. Ik ben geen wereldreiziger, maar de wereld komt naar mij toe. Zodra de procedure over hun verblijfsvergunning is afgerond en ze een verblijfsstatus hebben, moeten ze een inburgeringstraject volgen. Oftewel: zo snel mogelijk zorgen dat ze onderdeel worden van de maatschappij, via taalonderwijs, opleiding en (vrijwilligers)werk. Bij De Dienst begeleiden we ze daarbij.’

3. Arbeidsmigratie

‘Bulgarije is lid van de EU. Bulgaren kunnen hier zo aan het werk, ook al spreken ze geen woord Nederlands. Buurland Noord-Macedonie is geen EU-lidstaat. Als Noord-Macedoniërs hier al een verblijfsstatus krijgen, moeten ze aan alle procedures en eisen van inburgering voldoen. Het is heel dubbel. Tegen de ene groep zeggen we: je bent niet welkom. Tegen de andere zeggen we: we hebben je nodig om het werk te doen, in onze slagerijen, kwekerijen, pakketverwerking, de zorg. Ik snap ook wel dat niet iedereen hier kan komen. Maar je kunt ook andere afspraken maken. Er rijden bussen om mensen van Ter Apel naar andere gemeenten te brengen. Als die bussen dan toch rijden, breng ze dan naar plaatsen waar veel werk is dat nu door arbeidsmigranten gedaan wordt.’

4. Gelukszoekers

‘Stel: Een familie investeert alles wat ze hebben om een familielid hierheen te sturen, met het idee ‘als je in Europa bent, dan kun je geld verdienen’. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Dat levert een enorme schaamte op voor de persoon in kwestie: het lukt niet om geld over te maken of schulden af te lossen. Bij ons heten ze gelukszoekers, maar het zijn mensen die vooruit willen. Daarom vind ik dat we al moeten investeren in deze mensen als ze nog in afwachting van een verblijfsstatus in het AZC zitten. Laat ze hier maar zo veel mogelijk werken, dan maken ze geld over naar land van herkomst, en helpen ze om daar de omstandigheden te verbeteren. Ze kunnen hun familie helpen of terugbetalen. Dat neemt veel schaamte en frustratie weg, die hun inburgering hier in de weg staat. En als ze toch terug gaan naar het land van herkomst, vergroot alle opleiding, overgemaakt geld of werkervaring hun kansen daar.’

‘Ik weet ook wel: niet iedereen is een aanwinst. Maar mensen komen hier met hun talenten. Laten we die benutten en de kans geven.’

5. Cultuurverschil

‘Met het verstrekken van een verblijfsstatus zeggen we: je bent welkom en we bieden je kansen, doe er iets mee. Dat vraagt iets van iedereen. Een Nederlander in een ziekenhuis die niet door moslima gewassen wil worden: dat kan niet. Maar een moslima die in de zorg werkt maar geen mannen wil wassen: ook dat kan niet.’

‘Cultuur kan wel veranderen. Vrouwen mochten hier vroeger immers ook veel minder. Ook onder immigranten zie je veranderingen: Turkse en Marokkaanse gezinnen worden bijvoorbeeld al veel kleiner, ze passen zich aan naar wat wij hier normaal vinden. Ook dat is inburgering, maar dan op lange termijn.’